Ireland is lovely

Kompas verkent het ruige noorden

Dhún na nGall ligt in het noordwesten van het groene Ierland. Een dunbevolkt gebied. Van oudsher is het één van de armste en nauwelijks geïndustrialiseerde Ierse counties, maar het bezit wel een zeer indrukwekkend landschap.
Donderdag Via Dublin vliegen we op de kleinste internationale luchthaven van Europa, maar niet zonder slag of stoot. Van het tweemotorig schroefvliegtuig van Aer Arann werkt er blijkbaar maar één schroef, tot grote ongerustheid van een Duitse toeriste. Ik kijk even rond en merk dat de aanwezige kompassers koelbloedige reizigers zijn!
Want … taxiën op de landingsbaan doet men met één schroef, vliegen met twee schroeven … Na het oppikken van onze huurauto’s, met alvast vele blutsen en krassen én het stuur aan de linkerkant vertrekken we naar onze eerste B&B. Tullycullion here we come …
De ontvangst door Jackie, onze gastvrouw, is hartverwarmend. Thee, koffie, koekjes en een gezellig gesprek, waarbij bijna elke zin eindigt met het woord lovely.
De kompassers spreken dan ook snel over miss Lovely …

 

Vrijdag

Ons eerste Ierse ontbijt … onvergetelijk want lovely: scrambled eggs, slices of bacon, 3 sausages, beans, tomato and toast. Gelukkig staan er de komende dagen voldoende wandelkilometers op het programma om deze caloriebom weg te werken. Na het ontbijt staat Tom, de reisleider van dienst, al voor een moeilijke beslissing. Gaat het vandaag regenen ? Na het bekijken van de satellietfoto in real-time op de laptop van Amber is Tom overtuigd: vandaag veroveren Slieve League, klifkusten met een hoogte tot 601 meter.
 
Onze pic-nic nemen we op een 4- sterren locatie, met andere woorden: droog, uit de wind en met zicht op een fenomenaal landschap.
 
Op het namiddagprogramma staat Muckross Head. In Carrick wordt even gestopt in een plaatselijk pub, zodat de dames even hun neus kunnen poederen, terwijl de mannen de innerlijke mens versterken met wat Guinness.
Muckross Head bezit een ongewone structuur. De rots bestaat uit horizontale lagen zandsteen met tussenliggende dunne lagen “mudstone”, welke erosiegevoeliger zijn. Hierdoor ontstonden er scheuren en overhangen, zodat deze zeeklif zeer populair is bij klimmers. Het snel opkomende tij nabij Trà na nglor speelt ons parten, waardoor we de kaap niet meer kunnen ronden. Maar er blijven voldoende schelpen, mosselen en zeeanemonen over om onze aandacht te trekken. 

Zaterdag Opnieuw een traditioneel Irish Breakfast (lovely,lovely,lovely). Vervolgens met onze auto’s via de N56 richting Loch Iascaigh. Ondanks het feit dat we ons strikt aan de snelheidlimieten houden, blijken de ronde punten niet eenvoudig te nemen. Uiteindelijk bereiken we parking 2, omdat niemand parking 1 heeft gezien … Met de topokaart in de hand zoeken we vervolgens onze wandelweg (een stippellijn op de kaart), maar een muurtje en een “hevige” ezel versperren onze route. We keren terug op onze stappen, verplaatsen de auto’s en doen een twee poging. Over een verharde, maar autovrije weg maken we een wandeling (+/- 1 1/2 uur) tot een geïmproviseerde pic-nic-plaats, waar onder andere de eendjes met ons mee-eten. Blijft de vraag ? Hebben we het monster van Lough Eske, dat volgens de lokale orale overlevering ondergronds verbonden is met Loch Ness, al dan niet gezien ? De dag wordt afgesloten met een bezoek aan Donegal Castle en Mamma’s restaurant. Zondag, en nog steeds geen regen … We nemen afscheid van Miss Lovely. Tom is zo onder de indruk van haar vriendelijkheid dat hij zijn filmcamera vergeet, maar die pikken we later gewoon weer op. Op het programma: een strandwandeling te Glencolumbkille, een bezoek aan het Ierse Bokrijk en de transfer naar Letterkenny Letterkenny ligt dicht bij de grens met Noord-Ierland en onze ontvangst in onze tweede B&B is niet meer lovely, maar eerder Falwty Towers. De vrouw des huizes is niet aanwezig, maar haar echtgenoot, een gepensioneerde Ierse politieagent, des te meer. Onze “hyperkineet” laat de verdeling van de kamers volledig over aan de vrouwelijke kompassers, terwijl hij de mannelijke kompassers meetroont naar zijn eigen geïmproviseerde bar, een waar alcohol-hol ! Tom krijgt nu helemaal het gevoel van in een IRA-hide-house te logeren … Als avondactiviteit verkennen we het stadscentrum en op aanraden van Trotter eten we zeer lekker in “The Yellow Pepper”. Zo lekker en gezellig dat Kompas met Irish Koffie trakteert. Terug in onze B&b “verstoppen” we ons voor IRA-Falwty” en kruipen we tegen middernacht onder de lakens. Maandag Ontwaken en de ontmoeting met Majella, onze gastvrouw, geeft een beter gevoel. Het ontbijt is ok, maar minder lovely … Via Mainstreet op zoek naar Glenveagh National Park. Hoewel ik als geograaf een overtuigde kaartgebruiker ben, moet ik toegeven dat een GPS een goed hulpmiddel is. Vanop de parking van het NP gaan we als een van de weinigen te voet in plaats van met de shuttlebus richting kasteel. Tom kon zich hier echt uitleven langs het meer. We zien relicten van glaciale erosie (laatste ijstijd) alsook vele fenomenen van hellingsprocessen. Bij het kasteel aangekomen besluiten Lily en Amber om eerst de Engelse tuinen, met groenten als tuinversiering te verkennen, terwijl de anderen het “steile” View Point Trail overwinnen. Met behulp van een educatieve (internet)handleiding leren we vandaag alweer nieuwe dingen; het schoolgevoel is nooit veraf: Lady’s Mantle met haar magische krachten, Ivy die in symbiose leeft met een eikenboom, de Yew tree en natuurlijk het overbekende Pirri-pirri-burr, een aangenaam vervelend bloempje. Plotseling een kleine regenbui. Een geleid bezoek aan het kasteel met een typische bespreking van de kamers en haar “beroemde” bezoekers is blijkbaar een goed alternatief, want alweer educatief verantwoord. Dinsdag Iedereen neemt een continentaal ontbijt ! Raakt iedereen stilaan bijgegeten of is het omdat de broeksriem het met een gaatje meer moet doen ? Via een desolaat maar schitterend landschap bereiken we Magheroarty waar we met de veerboot naar Tory Island vertrekken. Op dit eiland woont volgens de traditionele toeristische literatuur een koning die de toeristen elke dag vriendelijk ontvangt, maar uitzonderlijk vandaag blijkt de koning niet thuis te zijn. Onze eerste wandeling gaat via West-Town, what’s in a name, naar “the lighthouse”, waar we op de aanwezige rotsen onze smosjes verorberen. Via Poirtin Gblair, met af en toe een glimp van zeehondjes, sluiten we onze eerste luswandeling. Onze tweede dagwandeling loopt via East-Town, what’s in a name. Het landschap is hier duidelijk meer geaccidenteerd. Om diverse redenen trachten we “the Wishing Stone” te bereiken, maar aangezien de laatste ferry stipt vertrekt lukt dit spijtig genoeg niet. Terug aangekomen in onze Oakland B&B blijkt “Basil” zijn bar opgesmukt te hebben. De mannen brengen een vriendschappelijk bezoek. De dames drinken hun Baileys in het salon Woensdag 21 juli, met als gevolg een volledige Ierse regendag. Toch beslist de groep om Ards Forest Park te verkennen. Via de gele, groene en rode wegmarkeringen weerstaat de groep, Amber inclusief, de Ierse regen. Wie durft er iets van onze jeugd te zeggen ! Maar onze pic-nic valt letterlijk in het water. De “leider”, ook een beetje lijder beslist om de dagindeling ter herplannen. Met behulp van onze “gastvrouw” Majella boeken we een typische Ierse woensdagavond in “The Silver Tassie”. Na het genieten van voldoende Guinness keren we terug met een maxi-taxi, want bij Kompas gaat veiligheid voor alles! Donderdag Onze rondreis door Dhún na nGall sluiten we af met een strandwandeling te Bunbeg, waar we op het strand een piratenschip aantreffen. In de namiddag vliegen we vanuit het landelijke Dhún na nGall met overgewicht aan bagage naar het drukke Dublin. Aangezien een maxi-taxi voor een groep goedkoper is dan het openbaar vervoer, wordt er geopteerd voor de assertieve Maxi-driver Eddie Crosbie. Bij hem boeken we dadelijk ook onze vroege terugkeer op zondagochtend (04.20). ’s Avonds maken we nog een korte wandeling richting Temple Bar en eten in een eenvoudige maar traditionele Ierse Pub. Vrijdag Ontbijt in de “kelder” van het guesthouse, basic maar voldoende. Tom had iedereen kunnen overtuigen om vroeg te vertrekken naar Trinity College en het beroemde “Book of Kells”. De historiek en de gebouwen van de universiteit werden gegidst door een lokale student geschiedenis, die de historische feiten en de studentikoze grapjes perfect wist te mengen. De bibliotheek en “The book of Kells” bezocht iedereen op zijn of haar eigen tempo, maar achteraf bleek iedereen dezelfde mening toegedaan: lovely … Via “The Brazen Head” de oudste pub van Ierland … trokken we naar “The Guinness Storehouse”. Hierover volgt in een volgende nieuwsbrief een volledig verslag van de meegereisde “journalisten”. De avond werd afgesloten met een eigen Whisky-tast-moment in de TV-room van ons guesthouse Zaterdag Tijdens onze laatste volledige dag doorkruisten de kompassers Dublin van noord naar zuid en van west naar oost. Als bijzondere plekjes kunnen dan ook vermelden: The Spire (120m), Kilmainham Goal, James Joyce, Stephan’s Green Shopping Centre, Iveagh Gardebs, St Patrick’s Cathedral, The Famine Memorial, The Guinness Storehouse en tenslotte Temple Bar at Night. Zondag Wegens een zeer vroege terugvlucht moesten we zeer vroeg opstaan; maar toch denk ik dit verslag te mogen beëindigen met een cliché: De aanwezige kompassers waren moe maar voldaan. tekst: Tom Vermeiren foto’s: Amanda, Rita, Lily, Amber, Peter en Eddy